27 Dreiging epidemie of pandemie
Is er een dreiging van een epidemie of een pandemie?
Welke maatregelen genomen moeten worden, hangt af van het dreigingsniveau. Hierna wordt kort aangegeven welke preventieve maatregelen bedrijven zelf al kunnen nemen bij een dreiging van een epidemie of pandemie. Hierin worden vier dreigingsniveaus onderscheiden: fase 0 t/m 3. Per niveau (fase) wordt een aantal maatregelen voorgesteld. Deze zijn ingedeeld in algemene maatregelen, communicatie, hygiëne en medische maatregelen.
Zolang er geen maatregelen vanuit de overheid worden opgelegd, is ieder bedrijf vrij om zelf preventief bepaalde zaken te regelen. Ook staat het ieder bedrijf vrij bepaalde maatregelen al eerder te nemen of de onderstaande indeling naar eigen goeddunken aan te passen, en dus ook om bepaalde maatregelen naar voren of naar achteren te plaatsen.
De vier fasen zijn:
- Fase 0 (laag dreigingsniveau; er zijn geen infecties in Nederland).
- Fase 1 (midden dreigingsniveau, bijvoorbeeld omdat in Nederland ook infecties zijn geconstateerd).
- Fase 2 (hoog dreigingsniveau; infecties zijn bij eigen medewerkers geconstateerd).
- Fase 3 (kritisch dreigingsniveau).
Let op: afhankelijk van de soort dreiging kan een andere indeling door de overheid worden gehanteerd.
Fase 0 (laag dreigingsniveau; er zijn geen infecties in Nederland)
Algemeen:
Business as usual: alle bedrijfsactiviteiten worden voortgezet.
Communicatie:
Wijs in het bedrijf iemand aan die zich verdiept in het soort micro-organisme waarvan de dreiging uitgaat en benoem deze medewerker als eerstelijnsfunctionaris aan wie medische vragen kunnen worden gesteld. Maak dit bekend binnen de organisatie.
Monitor en inventariseer de vragen die bij de eerste lijn binnenkomen en geef periodiek een update.
Hygiëne:
Stimuleer dat medewerkers vaker hun handen wassen. Een goede handhygiëne blijkt een groot deel van de overdracht van ziektekiemen, dus ook van het virus, te voorkomen. Een virus verspreidt zich namelijk voornamelijk door de lucht en via de handen. Daarom zijn plekken zoals deurklinken, telefoons, muizen en toetsenborden een bron van ziektekiemen. De schoonmakers in kantoorpanden mogen de computerapparatuur vaak niet schoonmaken. De werkgever moet in zo'n geval zorgen dat werknemers zelf de middelen krijgen om hun apparatuur schoon te maken.
Medisch:
Houd de berichtgeving goed in de gaten.
Fase 1 (midden dreigingsniveau, bijvoorbeeld omdat in Nederland ook infecties zijn geconstateerd)
Algemeen:
Business as usual: alle bedrijfsactiviteiten worden voortgezet.
Communicatie:
- Informeer medewerkers dat er sprake is van een verhoogd dreigingsniveau.
- Plan een voorlichtingsbijeenkomst waarin leidinggevenden/managers instructies krijgen over hun rol en verantwoordelijkheden bij een verdere voortzetting van de besmettingen.
- Blijf aandacht vragen voor goede hygiënemaatregelen, zoals vaker handen wassen.
- Stem af tussen de bedrijfsarts, de preventiemedewerkers en de BHV’ers en de eerstelijns communicatiemedewerker (zie boven) hoe te opereren wanneer naar fase 2 wordt opgeschaald.
Hygiëne:
- Handen wassen met zeep voorkomt verspreiding van micro-organismen. Het is opvallend dat ook kranen, zeepdispensers en spoelknoppen op stortbakken een bron van besmetting zijn. Door te investeren in no touch-systemen kan ziekteverzuim door besmetting met ziektekiemen voorkomen worden. Met een sensor hoeven werknemers de kraan of zeepdispenser niet aan te raken; dat is een stuk hygiënischer. Het is ook geen overbodige luxe om handenwas-instructies op de toiletten op te hangen. Ook het goed drogen van de handen is belangrijk, aangezien vochtige handen tot 1.000 keer meer bacteriën verspreiden.
- Om medewerkers te laten zien hoe goed zij hun handen hebben gewassen, kan gebruikgemaakt worden van kleurloze UV-fluorescerende producten. Een lotion wordt op de handen gesmeerd. De UV-deeltjes in die lotion gedragen zich net zoals bacteriën en hopen zich op in de plooien en groeven van de huid. Alleen door grondig handenwassen zijn de UV-deeltjes te verwijderen. Door met een UV-lamp de handen te beschijnen na het handenwassen, lichten de niet weggewassen deeltjes op en ziet de medewerker hoe goed (of slecht) hij zijn handen gewassen heeft. Zeer illustratief. Zie verder www.hygienecontrole.nl.
- Regelmatig de handen met water en zeep wassen, vooral na hoesten, niezen of snuiten. Veelal is het grondig wassen met water en zeep al voldoende om de bacteriën en virussen te doden.
- Als de mogelijkheid van handenwassen niet bestaat, zoals bij in- en uitgangen van het gebouw, plaats dan dispensers met desinfecterende vloeistof. Bij voorkeur geen ethanol (vanwege de kankerverwekkende eigenschappen daarvan), maar isopropanol of oxywipes (op basis van waterstofperoxide). Ook de polsen, vingertoppen, duimen en gebieden tussen de vingers moeten grondig met de desinfectievloeistof worden ingewreven. Deze minimaal 30 seconden laten inwerken.
- Gebruik papieren handdoeken en zakdoekjes. Gooi deze na gebruik direct weg. Raak ogen, neus en mond zo min mogelijk aan, omdat een virus zich op deze manier kan verspreiden. Dus niet opmaken, nagelbijten, neuspeuteren, etc.
- Hoesten en niezen dient in de binnenkant van de elleboog te gebeuren.
- Tref maatregelen om extra schoon te kunnen maken (trapleuningen, deurklinken van alle deuren, toiletgroepen, lichtknopjes, liftknoppen, kranen van de spoelbakken op de toiletten, etc.). Zorg voor voldoende schoonmaakmiddelen, sneller legen van afvalbakken, etc.
- Plaats desinfecterende wipes bij toetsenborden.
- Maak afspraken om werkruimten goed en regelmatig te ventileren (ramen openzetten naar buiten).
- Bestel (chirurgische) mondneusmaskers* voor medewerkers, uit te delen bij verdenking van infectie.
- Bestel FFP3-mondmaskers* en beschermende kleding (schort/spatbril/handschoenen) voor BHV’ers (en de bedrijfsarts).
- Beperk het aantal flexplekken op kantoor.
- Wijs een of meer zogenaamde ‘isolatiekamers’ in het bedrijf aan. Deze gaan mogelijk gebruikt worden bij fase 2 bedreigingsniveau. Dit zijn relatief kleine kamers waarin slechts enkele personen tijdelijk kunnen verblijven in afwachting van vervoer naar buiten. Dit betreft dan medewerkers die verdacht worden van besmetting en die even van de andere medewerkers geïsoleerd moeten worden. De kamer dient zo leeg mogelijk te zijn, met een harde vaste vloerbedekking, hardleren stoelen, vlakke radiatoren, geen of gesloten kasten en geen zonnewering of jaloezieën aan de binnenzijde.
- Laat medewerkers niet reizen naar gebieden waarin besmettingen zijn geconstateerd.
* Er zijn twee types mondmaskers van belang:
- Maskers ter voorkoming van besmetting naar anderen: chirurgische maskers. Deze zorgen dat bij hoesten e.d. druppeltjes grotendeels binnen dat mondmasker blijven, waardoor de kans op besmetting van anderen sterk verkleind wordt.
- Maskers ter voorkoming dat je zelf besmet wordt: FFP3-filtermaskers.
Het gebruik van mondkapjes luistert erg nauw. Zo moeten het de juiste kapjes zijn, die zowel de mond als de neus goed afsluiten. Bovendien moeten de kapjes meerdere malen per dag vervangen worden. Instellingen die met mondkapjes gaan werken, moeten dus een zeer ruime voorraad inslaan. Ook moeten de medewerkers goed worden geïnstrueerd over het juiste gebruik.
Medisch:
- Laat medewerkers die tekenen van verkoudheid of griep vertonen of in contact zijn geweest met een geïnfecteerd persoon bij voorkeur thuiswerken. Adviseer hen om contact op te nemen met de huisarts en/of bedrijfsarts.
- Hetzelfde geldt als zij in de thuissituatie een zieke partner of kinderen hebben.
- Monitor en inventariseer de vragen die bij de eerstelijns communicatiemedewerker binnenkomen en geef periodiek een update.
- Houd nauw contact met de eerste lijn.
Fase 2 (hoog dreigingsniveau; infecties zijn bij eigen medewerkers geconstateerd)
Alle maatregelen uit fase 1 en aanvullend:
Algemeen:
- Adviseer mensen die thuis een zieke huisgenoot hebben niet naar kantoor te komen (bij een ziek(e) kind/partner kan gedacht worden aan zorgverlof) totdat de zieke persoon hersteld is en bij contactonderzoek geen virus aantoonbaar is bij de medewerker.
- Laat zwangeren vanuit huis werken.
- Laat medewerkers die uit plaatsen in het buitenland zijn gekomen waar veel besmettingen zijn geconstateerd, eerst 14 dagen thuis verblijven voordat zij naar het werk mogen komen (als zij trouwens niet zelf ziek geworden zijn).
- Laat medewerkers niet van kamer tot kamer lopen, zoals bij het afleveren van post. Laat medewerkers dit soort zaken zelf ophalen bij een centraal punt.
- Laat geen grotere groepen bezoekers meer toe. Vraag bij bezoekers na of zij uit besmette gebieden zijn gekomen of dat zij de afgelopen twee weken in contact zijn geweest met zieke mensen.
Communicatie:
- Informeer medewerkers dat er sprake is van een hoog dreigingsniveau en dat de maatregelen moeten worden genomen zoals bij dit niveau zijn beschreven.
- Communiceer dit ook naar de medewerkers die al thuis werken, klanten, etc.
Hygiëne:
- Zie de maatregelen uit fase 1.
- Geen handen laten schudden en niet zoenen.
- De bezettingsdichtheid per ruimte verminderen.
- Geen vergaderingen meer houden met grotere groepen mensen (> 4).
- De duur van de vergaderingen beperken.
- Meer werken met teleconferences, videocalls, etc.
- Ook thuis extra hygiëne in acht nemen (frequent handen wassen en vaker reinigen van deurknoppen, kranen, lichtschakelaars en trapleuningen).
- Ruimere werktijden hanteren zodat er gemiddeld minder medewerkers tegelijkertijd aanwezig zijn.
- Zorgen dat ruimtes waarin meer mensen verblijven/werken goed met buitenlucht geventileerd worden (ramen naar buiten). De mechanische ventilatie van ruimtes beperken.
- Als de luchtbehandeling ook met recirculatie werkt, de recirculatie uitschakelen.
- De luchtbehandelingsinstallatie en de airco extra onderhoudsbeurten geven.
- Stimuleren dat meer vanuit huis wordt gewerkt.
- Geen trapleuningen meer vast laten houden of een zeer frequent schoonmaakregime voor trapleuningen instellen.
- Niet met meer mensen de liften tegelijkertijd gebruiken.
- Bij voorkeur geen gebruik meer maken van dichtbezet openbaar vervoer.
- Zo min mogelijk in openbare gelegenheden vertoeven: restaurants, theaters, bioscopen, concerten, etc.
- Voorbereidingen treffen voor fase 3.
Ten aanzien van de bedrijfskantine geldt:
- De ventilatie voldoende hooghouden, bij voorkeur rechtstreeks op de buitenlucht.
- De dichtheid aan mensen beperken (in meer ploegen eten).
- Niet met veel mensen dicht naast elkaar om een klein tafeltje laten zitten.
- Als verdergaande maatregel: niet meer gezamenlijk lunchen in de kantine en deze alleen nog gebruiken om levensmiddelen op te halen. Dit ophalen spreiden in de tijd, zodat er niet te veel mensen tegelijk in de kantine zijn.
- In het uiterste geval: op afroep voedsel rond laten brengen door personeel dat frequent gescreend wordt.
Medisch:
- Laat een medewerker die op het werk symptomen van infectie vertoont, contact opnemen met zijn leidinggevende en naar de isolatieruimte gaan. Vanuit daar wordt contact opgenomen met de bedrijfsarts, de betreffende BHV’er en de preventiemedewerker.
- Als de medewerker zich in de isolatieruimte bevindt, gaat de bedrijfsarts of BHV’er (met beschermende kleding) naar de medewerker toe en neemt een anamnese af. BHV’ers moeten hiertoe vooraf geïnstrueerd worden. De medewerker gaat, als hij eigen vervoer heeft, met een (chirurgisch) mondmasker op naar huis en neemt daar meteen telefonisch contact op met zijn huisarts.
- Als een medewerker geen eigen vervoer heeft, dan wordt contact opgenomen met het thuisfront van de medewerker met het verzoek om hem op te komen halen. Aan diegene wordt een FFP3-filtermasker verstrekt.
- De bedrijfsarts of BHV’er brengt de plaatselijke GGD op de hoogte van een mogelijke infectie.
- De GGD neemt het verder over; mogelijk zal een GGD-medewerker naar kantoor of huis komen om een monster af te nemen. Opmerking: volgens het RIVM is screenen op COVID-19 onbetrouwbaar. Het is veel betrouwbaarder om mensen die verdacht worden van besmetting 14 dagen in quarantaine te plaatsen.
- De leidinggevende maakt een lijst met contacten (collega’s die in dezelfde ruimte aanwezig zijn geweest of die in contact zijn geweest met de medewerker) en deelt deze met de bedrijfsarts.
- Indien er op de afdeling personen zijn met een kwetsbare gezondheid (bekende chronische ziekte, zwangerschap, etc.) wordt deze medewerkers ook verzocht vanaf dat moment vanuit huis te werken om de kans op overdracht van besmetting te verkleinen. Thuis dienen zij hun eigen gezondheid te monitoren, en indien nodig contact op te nemen met de huisarts.
- Nadat een zieke medewerker 14 dagen thuis is geweest, mag hij daarna niet weer aan het werk (in het bedrijf) voordat een consult heeft plaatsgevonden en alle relevante medische informatie is gedeeld met de bedrijfsarts.
Fase 3 (kritisch dreigingsniveau)
Algemeen:
Feitelijk gaat in deze fase de maatschappij grotendeels ‘op slot’ en sluiten de meeste bedrijven, instellingen, scholen, openbaar vervoer, uitgaansleven, etc., met uitzondering van ziekenhuizen en de meest noodzakelijke functies zoals politie, bewaking en brandweer.
Communicatie:
Geef aan dat nu de hoogste alarmfase is ingetreden en dat de activiteiten tot het strikt noodzakelijke worden beperkt: beveiliging, in stand houden van het gebouw, etc.
Hygiëne:
- Iedere samenkomst van mensen moet zoveel mogelijk vermeden worden. Dat betekent dat feitelijk zo min mogelijk mensen naar hun werk moeten gaan, anders dan voor het strikt noodzakelijke.
- Niet-essentieel personeel moet tijdens een pandemie naar huis worden gestuurd om zo het aantal mensen dat blootgesteld wordt aan het virus te minimaliseren.
Medisch:
- De GGD en de (plaatselijke) zorgautoriteiten hebben de regie.
-
Indien er medewerkers binnen het bedrijf aanwezig moeten zijn, wordt hun gezondheid bewaakt door het monitoren van symptomen (bijv. temperatuur meten door medewerkers zelf).