06 Verdiepend onderzoek

Vraag

Is een verdiepend onderzoek nodig om beter zicht te krijgen op de risico’s of de achterliggende grondoorzaken daarvan?

Toetsingscriteria

Als er onvoldoende beeld is van de risico’s of de achterliggende grondoorzaken, is een verdiepend onderzoek nodig. Als er wel voldoende beeld daarvan is, dan is verdiepend onderzoek niet nodig en kan worden begonnen met het nemen van maatregelen om de situatie te verbeteren. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de artikelen 6.12a t/m 6.12o van het Arbeidsomstandighedenbesluit. 

Wetten, regels en normen

Arbeidsomstandighedenbesluit, hoofdstuk 6 Fysische factoren

Afdeling 4a. Kunstmatige optische straling

Artikel 6.12a. Definities
In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. richtlijn: richtlijn nr. 2006/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 april 2006 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan risico’s van fysische agentia (kunstmatige optische straling) (19e bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) (PbEU 2006, L 114);
  2. optische straling: elektromagnetische straling in het golflengtegebied tussen 100 nm en 1 mm, waarbij het spectrum van de optische straling wordt ingedeeld in ultraviolette straling, zichtbare straling en infrarode straling;
  3. ultraviolette straling: optische straling in het golflengtegebied tussen 100 nm en 400 nm, waarbij het ultraviolette gebied wordt ingedeeld in UVA (315 nm – 400 nm), UVB (280 nm – 315 nm) en UVC (100 nm – 280 nm);
  4. zichtbare straling: optische straling in het golflengtegebied tussen 380 nm en 780 nm;
  5. infrarode straling: optische straling in het golflengtegebied tussen 780 nm en 1 mm, waarbij het infrarode gebied wordt ingedeeld in IRA (780 nm – 1400 nm), IRB (1400 nm – 3000 nm) en IRC (3000 nm – 1 mm);
  6. kunstmatige optische straling: optische straling die niet afkomstig is van natuurlijke bronnen;
  7. laser: apparaat dat in staat is om elektromagnetische straling in het golflengtegebied van optische straling te produceren of te versterken, hoofdzakelijk via gecontroleerde gestimuleerde emissie;
  8. laserstraling: optische straling afkomstig van een laser;
  9. niet-coherente straling: optische straling die geen laserstraling is;
  10. grenswaarden: grenzen voor de blootstelling aan optische straling, die direct gebaseerd zijn op bewezen gezondheidseffecten en biologische overwegingen;
  11. bestralingssterkte (E) of vermogensdichtheid: het invallend vermogen aan straling per eenheid van oppervlakte uitgedrukt in watts per vierkante meter (Wm-2);
  12. bestralingsdosis (H): de tijdsintegraal van de bestralingssterkte uitgedrukt in joules per vierkante meter (Jm-2);
  13. radiantie (L): de stralingsstroom of het vermogen per eenheid van ruimtehoek uitgedrukt in watts per vierkante meter per steradiaal (Wm-2sr-1);
  14. niveau: de combinatie van bestralingssterkte, stralingsblootstelling en radiantie waaraan een werknemer is blootgesteld.

Artikel 6.12b. Toepassingsgebied
Deze afdeling is van toepassing op arbeid waarbij de werknemer wordt of kan worden blootgesteld aan kunstmatige optische straling in zodanig mate dat dit een gevaar voor de gezondheid en veiligheid kan opleveren door het optreden van negatieve effecten op de ogen of de huid. 

Artikel 6.12c. Grenswaarden voor blootstelling
Bij de uitvoering van de voorschriften van deze afdeling gelden de volgende grenswaarden:

  1. de grenswaarden voor blootstelling aan incoherente straling, anders dan die welke worden uitgestraald door natuurlijke bronnen van optische straling, bedoeld in bijlage I bij de richtlijn;
  2. de grenswaarden voor blootstelling aan laserstraling, bedoeld in bijlage II bij de richtlijn.

Artikel 6.12d. Nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie, beoordelen, meten en berekenen

  1. In het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, worden de niveaus van de optische straling waaraan de werknemers waarschijnlijk zullen worden blootgesteld, beoordeeld en, indien nodig, gemeten of berekend.
  2. De beoordeling, meting of berekening, bedoeld in het eerste lid, geschieden volgens de normen van de Internationale Elektrotechnische Commissie met betrekking tot laserstraling en de aanbevelingen van de Internationale Commissie voor Verlichtingskunde en de Europese Commissie voor Normalisatie met betrekking tot incoherente straling.
  3. In blootstellingssituaties die niet door de normen en de aanbevelingen, bedoeld in het tweede lid, worden bestreken, geschiedt de beoordeling, meting of berekening overeenkomstig de bij ministeriële regeling aan te wijzen normen met een wetenschappelijke grondslag.
  4. In de blootstellingssituaties, bedoeld in het tweede en derde lid, mag bij de beoordeling rekening worden gehouden met door de producent van de arbeidsmiddelen opgegeven informatie, wanneer die arbeidsmiddelen onder een toepasselijke communautaire richtlijn vallen.
  5. De beoordeling, meting en berekening, bedoeld in het eerste lid, worden op zorgvuldige wijze gepland en met passende frequentie uitgevoerd door de deskundigen, bedoeld in artikel 13 van de wet, of de deskundigen of arbodiensten, bedoeld in de artikelen 14 en 14a van de wet, en in ieder geval opnieuw uitgevoerd, indien de omstandigheden zijn gewijzigd of wanneer de resultaten van het arbeidsgezondheidskundig onderzoek, bedoeld in artikel 6.12g, dit nodig maken.
  6. De resultaten van de op grond van dit artikel uitgevoerde beoordelingen, metingen en berekeningen worden in passende vorm geregistreerd en bewaard, zodat latere raadpleging mogelijk is.
  7. De ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging of, bij het ontbreken daarvan, de belanghebbende werknemers wordt de gelegenheid gegeven een oordeel kenbaar te maken over de wijze van beoordeling, meting en berekening, bedoeld in het eerste lid.
  8. De resultaten, bedoeld in het zesde lid, worden voorzien van een toelichting, ter kennis gebracht van de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging of, bij het ontbreken daarvan, de belanghebbende werknemers.
  9. Bij de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, wordt in ieder geval aandacht besteed aan:
    a. het niveau, de golflengtegebieden en de duur van de blootstelling aan kunstmatige bronnen van optische straling;
    b. de grenswaarden;
    c. mogelijke gevolgen voor de gezondheid en veiligheid van werknemers die tot een bijzonder gevoelige risicogroep behoren;
    d. mogelijke gevolgen voor de gezondheid en veiligheid van werknemers van de interactie op de arbeidsplaats tussen optische straling en fotosensibiliserende chemicaliën;
    e. mogelijke indirecte effecten zoals tijdelijke blindheid, ontploffing, of brand;
    f. het bestaan van vervangende arbeidsmiddelen die ontworpen zijn om de niveaus van blootstelling aan kunstmatige optische straling te verminderen;
    g. de door de arbeidsgezondheidskundige onderzoeken, bedoeld in artikel 6.12g, verkregen relevante informatie, met inbegrip van gepubliceerde informatie, voor zover dat mogelijk is;
    h. de blootstelling aan verscheidene bronnen van kunstmatige optische straling;
    i. een classificatie die wordt toegepast op lasers die worden gedefinieerd conform de desbetreffende norm van de Internationale Elektrotechnische Commissie, alsook soortgelijke classificaties met betrekking tot kunstmatige bronnen die soortgelijke schade kunnen toebrengen als lasers van de klasse 3B of 4; en
    j. de door de producent van bronnen van optische straling en aanverwante arbeidsmiddelen opgegeven informatie in overeenstemming met de toepasselijke communautaire richtlijnen.
  10. De risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in het eerste lid, wordt adequaat gedocumenteerd en vermeldt de ingevolge de artikelen 6.12e en 6.12f genomen maatregelen.

Artikel 6.12e. Maatregelen ter voorkoming of beperking van de blootstelling

  1. Er worden zodanige technische of organisatorische maatregelen genomen dat de risico’s van blootstelling aan kunstmatige optische straling worden weggenomen of tot een minimum beperkt, waarbij rekening wordt gehouden met de technische vooruitgang en de mogelijkheid om maatregelen te nemen om het risico aan de bron te beheersen.
  2. Indien uit de beoordeling of berekening, bedoeld in artikel 6.12d, eerste lid, blijkt dat het op enigerlei wijze mogelijk is dat de grenswaarden overschreden worden, worden in het kader van het plan van aanpak, bedoeld in artikel 5 van de wet, technische of organisatorische maatregelen vastgesteld en uitgevoerd om overschrijding van de grenswaarden te voorkomen, met inachtneming van in ieder geval:
    a. alternatieve werkmethoden die het risico van optische straling verminderen;
    b. de keuze van arbeidsmiddelen die minder optische straling uitzenden, rekening houdend met het te verrichten werk;
    c. technische maatregelen om de emissie van optische straling te beperken, waar nodig ook door het gebruik van vergrendeling, afscherming of soortgelijke mechanismen ter bescherming van de gezondheid en veiligheid;
    d. passende onderhoudsprogramma’s voor de arbeidsmiddelen, de arbeidsplaats en de systemen op de arbeidsplaats;
    e. het ontwerp en de indeling van de arbeidsplaats;
    f. de beperking van de duur en het niveau van de blootstelling;
    g. de beschikbaarheid van passende persoonlijke beschermingsmiddelen;
    h. de aanwijzingen van de fabrikant van de arbeidsmiddelen wanneer deze onder een desbetreffende communautaire richtlijn vallen.
  3. Arbeidsplaatsen waar werknemers worden of kunnen worden blootgesteld aan niveaus van optische straling uit kunstmatige bronnen die de grenswaarden overschrijden, worden duidelijk aangegeven door middel van passende signaleringen. Indien dit technisch uitvoerbaar is en indien het risico bestaat dat de grenswaarden worden overschreden, worden de arbeidsplaatsen afgebakend en wordt de toegang ertoe beperkt.
  4. Werknemers worden niet blootgesteld aan kunstmatige optische straling boven de grenswaarden. Indien de grenswaarden toch worden overschreden:
    a. neemt de werkgever onmiddellijk maatregelen om de blootstelling terug te brengen tot onder de grenswaarden;
    b. gaat de werkgever na waarom de grenswaarden zijn overschreden;
    c. past de werkgever de maatregelen, bedoeld in het eerste en tweede lid, aan om te voorkomen dat de grenswaarden opnieuw worden overschreden.
  5. De maatregelen, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, worden afgestemd op de behoeften van werknemers die tot een bijzonder gevoelige risicogroep behoren.
  6. De ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging of, bij het ontbreken daarvan, de belanghebbende werknemers wordt de gelegenheid gegeven een oordeel kenbaar te maken over de maatregelen die worden genomen ingevolge dit artikel.

Artikel 6.12f. Voorlichting en onderricht

  1. Aan werknemers die worden blootgesteld aan risico’s in verband met kunstmatige optische straling, wordt alle in verband met de resultaten van de beoordeling, meting of berekening, bedoeld in artikel 6.12d, eerste lid, noodzakelijke voorlichting en onderricht gegeven.
  2. In ieder geval wordt voorlichting en onderricht gegeven over:
    a. maatregelen die ingevolge deze afdeling zijn genomen;
    b. de grenswaarden voor blootstelling en de gerelateerde potentiële gevaren;
    c. de resultaten van de beoordeling, meting of berekening, bedoeld in artikel 6.12d, eerste lid, samen met een toelichting bij de betekenis en de potentiële gevaren ervan;
    d. de wijze waarop schadelijke effecten van de blootstelling voor de gezondheid worden opgespoord en gemeld;
    e. de omstandigheden waarin werknemers recht hebben op arbeidsgezondheidskundig onderzoek;
    f. veilige werkmethoden om de risico’s van blootstelling tot een minimum te beperken; en
    g. goed gebruik van passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

Artikel 6.12g. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek

  1. Indien een werknemer is blootgesteld aan optische straling boven de grenswaarden wordt hij, in aanvulling op artikel 18 van de wet, in de gelegenheid gesteld om een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan. Dit onderzoek wordt ook aangeboden wanneer wordt geconstateerd dat de werknemer aan een herkenbare ziekte lijdt of schadelijke effecten voor zijn gezondheid ondervindt die door een deskundige persoon als bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid, of een arbodienst worden aangemerkt als het resultaat van blootstelling aan kunstmatige optische straling op het werk.
    In beide gevallen, wanneer de grenswaarden worden overschreden of schadelijke gevolgen voor de gezondheid, met inbegrip van ziekte, worden vastgesteld:
    a. wordt de werknemer door de deskundige persoon, bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid, of de arbodienst geïnformeerd over het resultaat dat hem persoonlijk betreft. Hij ontvangt met name informatie en advies over het arbeidsgezondheidskundig onderzoek na het einde van de blootstelling.
    b. wordt de werkgever geïnformeerd over significante bevindingen van het arbeidsgezondheidskundig onderzoek,
    c. is het de taak van de werkgever:
    1° de beoordeling, meting of berekening, bedoeld in artikel 6.12d, eerste lid, opnieuw uit te voeren;
    2° de door hem op grond van artikel 6.12e genomen maatregelen opnieuw te bezien;
    3° het advies van de deskundige persoon, bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid, of de arbodienst in aanmerking te nemen bij de uitvoering van de maatregelen die vereist zijn om het risico te elimineren of te verminderen overeenkomstig artikel 6.12e;
    4° te voorzien in voortgezet arbeidsgezondheidskundig onderzoek en te zorgen voor een evaluatie van de gezondheidstoestand van alle andere werknemers die op overeenkomstige wijze zijn blootgesteld aan optische straling. In die gevallen kan de deskundige persoon, bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid, of de arbodienst voorstellen dat de aan optische straling blootgestelde personen aan een medisch onderzoek worden onderworpen.
  2. Van iedere werknemer die een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in het eerste lid heeft ondergaan, wordt een individueel medisch dossier opgesteld, dat regelmatig wordt bijgewerkt. De medische dossiers bevatten een samenvatting van de resultaten van het uitgevoerde arbeidsgezondheidskundig onderzoek. De medische dossiers worden in geschikte vorm bewaard, zodat zij later kunnen worden geraadpleegd.
  3. De werkgever neemt passende maatregelen om te waarborgen dat de deskundige persoon, bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid, of de arbodienst toegang heeft tot de resultaten van de beoordeling, meting of berekening, bedoeld in artikel 6.12d, eerste lid.
  4. Iedere werknemer heeft recht op inzage in en afschrift van de hem betreffende resultaten.

Afdeling 4b. Elektromagnetische velden

Artikel 6.12h. Definities
 In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. actieniveaus: niveaus van elektromagnetische velden buiten het lichaam, vastgesteld om eenvoudiger te kunnen aantonen dat de relevante grenswaarden in acht zijn genomen, of, in voorkomend geval, om de maatregelen, bedoeld in deze afdeling, te nemen;
  2. directe biofysische effecten: effecten op het menselijk lichaam rechtstreeks veroorzaakt door de aanwezigheid ervan in een elektromagnetisch veld, waaronder:
    1° thermische effecten, zoals opwarming van weefsel door absorptie van energie van elektromagnetische velden in het weefsel;
    2° niet-thermische effecten, zoals stimulering van spieren, zenuwen of zintuigen; en
    3° elektrische stromen in extremiteiten;
  3. elektromagnetische velden: statische elektrische, statische magnetische en tijdsafhankelijke elektrische, magnetische en elektromagnetische velden met frequenties tot 300 GHz;
  4. grenswaarden: grenswaarden voor de blootstelling, uitgedrukt in grootheden die de fysische effecten karakteriseren die door elektromagnetische velden in het lichaam worden geïnduceerd;
  5. grenswaarden voor effecten op de gezondheid: grenswaarden bij overschrijding waarvan werknemers effecten kunnen ondervinden die schadelijk zijn voor de gezondheid, zoals opwarming of stimulering van de zenuwen en het spierweefsel;
  6. grenswaarden voor effecten op de zintuigen: grenswaarden bij overschrijding waarvan werknemers voorbijgaande verstoringen van de zintuiglijke waarneming en geringe wijzigingen in de hersenfuncties kunnen ondervinden;
  7. indirecte effecten: effecten veroorzaakt door de aanwezigheid van een object in een elektromagnetisch veld, die een gevaar voor de veiligheid of de gezondheid kunnen opleveren, waaronder:
    1° interferentie met medische elektronische apparatuur en hulpmiddelen, waaronder pacemakers en andere implantaten of op het lichaam gedragen medische hulpmiddelen;
    2° het risico op projectielwerking van ferromagnetische voorwerpen in statische magnetische velden;
    3° het in werking stellen van elektrische ontstekingen;
    4° brand en explosies als gevolg van de ontbranding van brandbare materialen door vonken als gevolg van geïnduceerde velden, contactstromen of vonkontladingen; en
    5° contactstromen;
  8. MRI: magnetic resonance imaging;
  9. richtlijn: richtlijn nr. 2013/35/EU van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 26 juni 2013 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van fysische agentia (elektromagnetische velden) (twintigste bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG en tot intrekking van Richtlijn 2004/40/EG (PbEU 2004, L 159) (PbEU 2013, L 179).

Artikel 6.12i. Toepassingsgebied

  1. Deze afdeling is van toepassing op arbeid waarbij de door elektromagnetische velden veroorzaakte bekende directe biofysische effecten en indirecte effecten risico’s voor de gezondheid en veiligheid van werknemers kunnen opleveren.
  2. Deze afdeling is niet van toepassing op:
    a. veronderstelde effecten op de lange termijn; of
    b. risico’s die verbonden zijn aan het contact met stroomvoerende geleiders.
  3. Daar waar in deze afdeling sprake is van bijlage II of III bij de richtlijn geschiedt de naleving daarvan met inachtneming van de natuurkundige grootheden met betrekking tot de blootstelling aan elektromagnetische velden, bedoeld in bijlage I bij de richtlijn.

Artikel 6.12j. Grenswaarden voor blootstelling en actieniveaus

  1. Er wordt voor gezorgd dat de blootstelling van werknemers aan elektromagnetische velden beperkt blijft tot de grenswaarden voor effecten op de gezondheid en de grenswaarden voor effecten op de zintuigen, bedoeld in bijlagen II en III bij de richtlijn.
  2. Aan de hand van de procedures, bedoeld in artikel 6.12k, wordt vastgesteld of de grenswaarden voor effecten op de gezondheid en de grenswaarden voor effecten op de zintuigen in acht worden genomen.
  3. Indien de blootstelling van de werknemers aan elektromagnetische velden de grenswaarden, bedoeld in het eerste lid, overschrijdt, worden onverwijld maatregelen genomen als bedoeld in artikel 6.12l, negende lid.
  4. De grenswaarden voor effecten op de gezondheid en de grenswaarden voor effecten op de zintuigen zijn in acht genomen, indien wordt aangetoond dat de actieniveaus, bedoeld in bijlagen II en III bij de richtlijn, niet worden overschreden.
  5. Indien de blootstelling van werknemers de actieniveaus, bedoeld in het vierde lid, overschrijdt, worden maatregelen als bedoeld in artikel 6.12l, tweede en derde lid, genomen, tenzij uit de verrichte beoordeling, bedoeld in artikel 6.12k, eerste tot en met derde lid, blijkt dat de van toepassing zijnde grenswaarden niet zijn overschreden en dat veiligheidsrisico’s kunnen worden uitgesloten.
  6. In afwijking van het vierde lid mag de blootstelling van werknemers hoger zijn dan:
    a. de lage actieniveaus voor elektrische velden, bedoeld in bijlage II, tabel B1, bij de richtlijn, mits:
        1° grenswaarden voor effecten op de zintuigen, bedoeld in bijlage II, tabel A3, bij de richtlijn, niet worden overschreden; of
        2° aan de volgende voorwaarden is voldaan:
            i. de grenswaarden voor effecten op de gezondheid, bedoeld in bijlage II, tabel A2, bij de richtlijn, worden niet overschreden;
            ii. overmatige vonkontladingen en de contactstromen, bedoeld in bijlage II, tabel B3, bij de richtlijn, worden voorkomen met behulp van maatregelen als bedoeld in artikel 6.12l, zevende lid; en
           iii. aan de werknemers is informatie als bedoeld in artikel 6.12m, tweede lid, onder f, is verstrekt;
    b. de lage actieniveaus voor magnetische velden, bedoeld in bijlage II, tabel B2, bij de richtlijn, mits:
        1° de grenswaarden voor effecten op de zintuigen, bedoeld in bijlage II, tabel A3, bij de richtlijn, niet worden overschreden; of
        2° aan de volgende voorwaarden is voldaan:
            i.de grenswaarden voor effecten op de zintuigen worden slechts tijdelijk overschreden;
            ii. de grenswaarden voor effecten op de gezondheid, bedoeld in bijlage II, tabel A2, bij de richtlijn, worden niet overschreden;
            iii. bij het optreden van symptomen van voorbijgaande aard, worden indien nodig, de risicobeoordeling en de maatregelen bijgewerkt, bedoeld in artikel 6.12l, tiende lid; en
            iv. aan de werknemers is informatie als bedoeld in artikel 6.12m, tweede lid, onder f, verstrekt.
  7. In afwijking van het eerste lid en indien daar gegronde redenen voor zijn mag de blootstelling van werknemers hoger zijn dan:
     a.de grenswaarden voor de effecten op de zintuigen, bedoeld in bijlage II, tabel A1, bij de richtlijn, mits:
    1° zij slechts tijdelijk worden overschreden;
    2° de grenswaarden voor effecten op de gezondheid, bedoeld in bijlage II, tabel A1, bij de richtlijn, niet worden overschreden;
    3° maatregelen als bedoeld in artikel 6.12l, achtste lid, zijn genomen;
    4° bij het optreden van symptomen van voorbijgaande aard, indien nodig, de risicobeoordeling en de maatregelen, bedoeld in artikel 6.12l, tiende lid, worden bijgewerkt; en
    5° aan de werknemers informatie als bedoeld in artikel 6.12m, tweede lid, onder f, is verstrekt;
    b. de grenswaarden voor effecten op de zintuigen, bedoeld in bijlage II, tabel A3 en bijlage III, tabel A2, bij de richtlijn, mits:
    1° zij slechts tijdelijk worden overschreden;
    2° de grenswaarden voor effecten op de gezondheid, bedoeld in bijlage II, tabel A2 en bijlage III, tabel A1 en A3, bij de richtlijn, niet worden overschreden;
    3° bij het optreden van symptomen van voorbijgaande aard, indien nodig de risicobeoordeling en de maatregelen, bedoeld in artikel 6.12l, tiende lid, worden bijgewerkt; en
    4° aan de werknemers informatie als bedoeld in artikel 6.12m, tweede lid, onder f, is verstrekt.

Artikel 6.12k. Nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie, beoordelen, meten en berekenen

  1. In het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, worden alle risico’s waaraan werknemers kunnen worden blootgesteld als gevolg van elektromagnetische velden op de arbeidsplaats beoordeeld en indien nodig worden de niveaus van deze elektromagnetische velden gemeten of berekend.
  2. Bij de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, wordt onder meer rekening gehouden met de in artikel 14 van de richtlijn genoemde praktische handleidingen en andere bij ministeriële regeling aan te wijzen normen en aanbevelingen met een wetenschappelijke grondslag.
  3. Indien op grond van de in het tweede lid genoemde bronnen niet kan worden vastgesteld of de grenswaarden, bedoeld in artikel 6.12j, in acht worden genomen, wordt de blootstelling beoordeeld aan de hand van metingen of berekeningen.
  4. De beoordeling, meting en berekening, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, worden op zorgvuldige wijze gepland en met passende frequentie uitgevoerd door de deskundigen, bedoeld in de artikel 13 van de wet, of de deskundigen of arbodiensten, bedoeld in de artikelen 14 en 14a van de wet, en in ieder geval opnieuw uitgevoerd, indien de omstandigheden zijn gewijzigd of wanneer de resultaten van het arbeidsgezondheidskundig onderzoek, bedoeld in artikel 6.12n, dit nodig maken.
  5. De resultaten van de op grond van dit artikel uitgevoerde beoordelingen, metingen en berekeningen worden in een passende vorm geregistreerd en bewaard, zodat latere raadpleging mogelijk is.
  6. De ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging of bij het ontbreken daarvan, de belanghebbende werknemers, wordt de gelegenheid gegeven een oordeel kenbaar te maken over de wijze van beoordeling, meting en berekening, bedoeld in het eerste en derde lid.
  7. De resultaten, bedoeld in het vijfde lid, worden voorzien van een toelichting, ter kennis gebracht van de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging of bij het ontbreken daarvan, de belanghebbende werknemers.
  8. In het geval er sprake is van een voor derden toegankelijke arbeidsplaats, kan bij het opstellen van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in het eerste lid, gebruik worden gemaakt van een reeds bestaande beoordeling op basis van Aanbeveling nr. 1999/519/EG (PbEG 1999, L 59) betreffende de beperking van blootstelling van de bevolking aan elektromagnetische velden van 0 Hz – 300 GHz mits:
    a. de in de Aanbeveling genoemde beperkingen voor de werknemers in acht zijn genomen; en
    b. de gezondheids- en veiligheidsrisico’s van werknemers worden uitgesloten.
  9. Aan de in het achtste lid genoemde voorwaarden wordt geacht te zijn voldaan indien de gebruikte apparatuur voldoet aan de van toepassing zijnde EU-regelgeving en op de beoogde wijze wordt gebruikt.
  10. Bij de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, wordt in ieder geval aandacht besteed aan:
    a. de grenswaarden en de actieniveaus, bedoeld in artikel 6.12j en in bijlagen II en III bij de richtlijn;
    b. de frequentie, het niveau, de duur en de aard van de blootstelling met inbegrip van de verdeling over het lichaam van de werknemer en over de ruimte van de arbeidsplaats;
    c. mogelijke directe biofysische effecten;
    d. mogelijke gevolgen voor de gezondheid en veiligheid van werknemers met een verhoogd risico;
    e. mogelijke indirecte effecten;
    f. blootstelling aan verscheidene bronnen;
    g. gelijktijdige blootstelling aan velden van verschillende frequenties;
    h. het bestaan van alternatief materieel dat ontworpen is om het niveau van blootstelling aan elektromagnetische velden te verminderen;
    i. passende, door het in artikel 6.12n bedoelde gezondheidskundig onderzoek verkregen informatie;
    j. door de producent van de apparatuur verstrekte informatie; en
    k. andere relevante informatie aangaande gezondheid en veiligheid.

Artikel 6.12l. Maatregelen ter voorkoming of beperking van de blootstelling

  1. Er worden zodanige maatregelen genomen dat de risico’s voor werknemers ten gevolge van elektromagnetische velden op de arbeidsplaats worden weggenomen dan wel tot een minimum beperkt, waarbij rekening wordt gehouden met de technische vooruitgang en de beschikbaarheid van maatregelen om het ontstaan van elektromagnetische velden aan de bron te beheersen.
  2. Indien blijkt dat de actieniveaus, bedoeld in artikel 6.12j en bijlagen II en III bij de richtlijn, worden overschreden, wordt overgegaan tot de opstelling en de uitvoering van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 5, derde lid, van de wet, dat technische en organisatorische maatregelen omvat om blootstelling waarbij grenswaarden worden overschreden te voorkomen, tenzij uit de beoordeling, bedoeld in artikel 6.12k, eerste tot en met derde lid, blijkt dat de grenswaarden, bedoeld in artikel 6.12j en in bijlagen II en III bij de richtlijn, niet worden overschreden en gezondheids- en veiligheidsrisico’s kunnen worden uitgesloten.
  3. In het plan van aanpak, bedoeld in het tweede lid, wordt in ieder geval aandacht besteed aan:
    a. alternatieve werkmethoden die leiden tot lagere blootstelling aan elektromagnetische velden;
    b. de keuze van apparatuur die minder sterke elektromagnetische velden uitzendt;
    c. technische maatregelen om de emissie van elektromagnetische velden te beperken, waar nodig ook door het gebruik van vergrendeling, afscherming of soortgelijke mechanismen;
    d. adequate afbakenings- en toegangsmaatregelen, zoals signaleringen, etiketten, vloermarkeringen, hekken om de toegang te beperken of te controleren;
    e. indien sprake is van blootstelling aan elektrische velden, maatregelen en procedures voor het beheersen van vonkontladingen en contactstromen met behulp van technische middelen en door opleiding van werknemers;
    f. passende onderhoudsprogramma’s voor de apparatuur, de arbeidsplaats en de systemen op de arbeidsplaats;
    g. het ontwerp en de indeling van de arbeidsplaats;
    h. beperking van de duur en intensiteit van de blootstelling; en
    i. de beschikbaarheid van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen.
  4. Het plan van aanpak, bedoeld in het tweede en derde lid, omvat ook technische of organisatorische maatregelen ter voorkoming van risico’s voor werknemers met een verhoogd risico, alsmede van risico’s ten gevolge van indirecte effecten.
  5. In aanvulling op het vierde lid worden zo nodig afzonderlijke risicobeoordelingen verricht voor werknemers met een verhoogd risico.
  6. Indien uit de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 6.12k, blijkt dat werknemers worden blootgesteld aan elektromagnetische velden die de actieniveaus, bedoeld in bijlagen II en III bij de richtlijn, overschrijden, worden de betreffende werkplekken gemarkeerd door middel van passende signaleringen. De desbetreffende ruimten worden als zodanig aangewezen en voor zover nodig wordt de toegang ertoe beperkt.
  7. Indien sprake is van artikel 6.12j, zesde lid, onder a, worden maatregelen genomen zoals:
    a. opleiding van werknemers als bedoeld in artikel 6.12m;
    b. het gebruik van technische middelen en persoonlijke bescherming, waaronder het aarden van de voorwerpen waarmee gewerkt wordt;
    c. het equipotentiaal verbinden van werknemers met voorwerpen als bedoeld in onder b;
    d. het gebruik van isolerende schoenen, handschoenen en beschermende kleding.
  8. Indien sprake is van omstandigheden als bedoeld in artikel 6.12j, zevende lid, onder a, worden maatregelen genomen, waaronder het beheersen van bewegingen.
  9. Tenzij is voldaan aan de voorwaarden van artikel 6.12o of van artikel 9.17c, dan wel van artikel 6.12j, zesde of zevende lid, worden werknemers niet aan hogere waarden blootgesteld dan de grenswaarden voor effecten op de gezondheid en de grenswaarden voor effecten op de zintuigen. Indien deze grenswaarden, ondanks de maatregelen zijn genomen, worden overschreden, worden onverwijld maatregelen genomen om de blootstelling terug te brengen tot onder die grenswaarden. Er wordt nagegaan en geregistreerd om welke reden de grenswaarden zijn overschreden en de maatregelen, bedoeld in het eerste en derde lid, worden aangepast om te voorkomen dat de grenswaarden opnieuw worden overschreden.
  10. Indien sprake is van omstandigheden als bedoeld in artikel 6.12j, zesde lid, onder b, en zevende lid, en wanneer de werknemer symptomen van voorbijgaande aard signaleert, die door een deskundige persoon als bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid, of een arbodienst worden aangemerkt als het resultaat van blootstelling aan elektromagnetische velden op het werk, worden, indien nodig de risicobeoordeling en de maatregelen, bedoeld in het eerste en derde lid, bijgewerkt.
  11. De ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging of bij het ontbreken daarvan, de belanghebbende werknemers wordt de gelegenheid gegeven een oordeel kenbaar te maken over de maatregelen die worden genomen ingevolge dit artikel.

Artikel 6.12m. Voorlichting en opleiding van de werknemers

  1. Aan werknemers die mogelijk worden blootgesteld aan risico’s verband houdende met elektromagnetische velden, wordt alle noodzakelijke voorlichting en onderricht gegeven die verband houdt met het resultaat van de risicobeoordeling, bedoeld in artikel 6.12k, eerste lid.
  2. Voorlichting en onderricht wordt in ieder geval gegeven over:
    a. maatregelen die ingevolge deze afdeling zijn genomen;
    b. de waarden en concepten van de grenswaarden en actieniveaus en de daarmee verbonden mogelijke risico’s en de getroffen preventieve maatregelen;
    c. de mogelijke indirecte gevolgen van blootstelling;
    d. de resultaten van de beoordeling, meting of berekening van de mate van blootstelling aan elektromagnetische velden, bedoeld in artikel 6.12k, eerste tot en met vierde lid;
    e. de wijze waarop schadelijke gezondheidseffecten van de blootstelling kunnen worden opgespoord en gemeld;
    f. het mogelijk optreden van voorbijgaande symptomen en gewaarwordingen die verband houden met effecten in het centrale en het perifere zenuwstelsel;
    g. de omstandigheden waarin werknemers recht hebben op arbeidsgezondheidskundig onderzoek;
    h. veilige werkmethoden om de risico’s als gevolg van blootstelling tot een minimum te beperken; en
    i. werknemers met een verhoogd risico, als bedoeld in artikel 6.12k, tiende lid, onder d, en artikel 6.12l, vierde lid.

Artikel 6.12n. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek

  1. Indien een werknemer is blootgesteld aan elektromagnetische velden boven de grenswaarden wordt hij, in aanvulling op artikel 18 van de wet, in de gelegenheid gesteld om een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan. Dit onderzoek staat een werknemer ook ter beschikking wanneer wordt geconstateerd dat hij aan een herkenbare ziekte lijdt of schadelijke effecten voor zijn gezondheid ondervindt die door een deskundige persoon als bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid, of een arbodienst worden aangemerkt als het resultaat van blootstelling aan elektromagnetische velden op het werk.
  2. Van iedere werknemer die een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in het eerste lid heeft ondergaan, wordt een individueel medisch dossier opgesteld. De medische dossiers worden in geschikte vorm bewaard, zodat zij later kunnen worden geraadpleegd.
  3. Iedere werknemer heeft recht op inzage in en afschrift van de hem betreffende resultaten.

Artikel 6.12o. MRI-apparatuur

  1. Indien op grond van de risicobeoordeling, bedoeld in artikel 6.12k, eerste lid, is vastgesteld dat grenswaarden zullen worden overschreden, is deze overschrijding, in afwijking van artikel 6.12j, toegestaan indien de blootstelling verband houdt met de in het tweede lid genoemde werkzaamheden, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
    a. gezien de stand van de techniek zijn alle technische en organisatorische maatregelen toegepast;
    b. de omstandigheden rechtvaardigen de overschrijding van de grenswaarden;
    c. er is rekening gehouden met de kenmerken van de arbeidsplaats, de arbeidsmiddelen of de arbeidspraktijken; en
    d. aangetoond wordt dat de werknemers onverminderd beschermd zijn tegen schadelijke gezondheidseffecten en tegen veiligheidsrisico’s.
  2. De in het eerste lid bedoelde werkzaamheden betreffen:
    a. het onderzoeken en ontwikkelen, het installeren en testen en het onderhouden van MRI-apparatuur, of
    b. het gebruik van MRI-apparatuur ten behoeve van de volksgezondheid.
Module
Nieuwe vraag
Vraag revisie opmerking
Module 3.5 Straling