4.1 Fysieke belasting algemeen - NIEUW
Wat is fysieke belasting?
Tillen, duwen en trekken zijn voorbeelden van bewegingen die lichamelijke belasting veroorzaken. Als die belasting intensief is en vaak of langdurig (repeterend) op het werk voorkomt, kan dat leiden tot lichamelijke overbelasting. Het risico op gezondheidsklachten door arbeid is dan aanwezig. Dit risico kan overigens ook ontstaan door langdurig zitten of te weinig bewegen. In die gevallen is sprake van lichamelijke onderbelasting.
Vaak bestaan taken binnen een functie uit meerdere vormen van fysieke belasting. En binnen één onderwerp (zoals tillen) kunnen ook weer meerdere situaties voorkomen. Het geheel aan fysiek belastende taken en werkzaamheden bepaalt uiteindelijk de blootstelling (per onderwerp), én of deze blootstelling acceptabel is of dat de gezondheidskundige grenswaarden overschreden worden. Elk onderwerp van fysieke belasting heeft een eigen beoordelingsmethodiek en daarmee ook eigen gezondheidskundige grenswaarden. Het vergt expertise om te interpreteren hoe de verschillende vormen van fysieke belasting ten opzichte van elkaar te interpreteren en vervolgens gericht maatregelen te treffen.
Met deze module kunt u op hoofdlijnen bepalen óf fysieke belasting aandacht vergt binnen uw bedrijf. Afhankelijk van hoe complex de fysieke belasting binnen uw bedrijf is, is het raadzaam om een specialist op dit onderwerp te betrekken bij de inventarisatie of meteen te kiezen voor verdiepend onderzoek.
Wanneer is verdiepend onderzoek verplicht?
De RI&E is niet volledig als de thematische inventarisaties met onvoldoende diepgang zijn uitgevoerd. In deze module inventariseren we de fysieke belasting op hoofdlijnen. Afhankelijk van het vóórkomen van fysieke belasting (over- en onderbelasting) in uw organisatie en de complexiteit ervan, is het volgens de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) verplicht om een verdiepend onderzoek fysieke belasting uit te voeren (Arbobesluit artikel 5.3). Verdiepend onderzoek is echter alleen nodig wanneer uit de algemene RI&E onvoldoende beeld is verkregen van de fysieke belasting of van de achterliggende oorzaken daarvan.
Het onderzoek moet zodanig worden uitgevoerd dat u uiteindelijk een goed inzicht heeft in de fysieke belasting en waardoor de knelpunten worden veroorzaakt. Pas dan kunnen gericht maatregelen worden overwogen om de fysieke belasting tot binnen de acceptabele grenswaarden te beperken. Geadviseerd wordt om een specialist fysieke belasting te betrekken bij het uitvoeren van het verdiepend onderzoek. Denk aan een geregistreerd ergonoom of een bedrijfsfysiotherapeut.
De inventarisatie doe je bij voorkeur op functieniveau; als dat niet goed mogelijk is (omdat bijvoorbeeld de taakbelasting per dag kan verschillen), kan ervoor worden gekozen om de fysieke belasting per werkplek of werkzaamheid te bepalen.
Fysieke belasting en zwangerschap
Hoewel er geen harde grenzen worden genoemd in de wet, geldt de regel dat fysieke belasting die risico’s oplevert voor een zwangerschap moet worden voorkomen. In de praktijk betekent dit:
• minder of geen tilwerk;
• minder of geen kracht zetten (duwen en trekken);
• blootstelling aan lichaamstrillingen beperken;
• hulpmiddelen inzetten;
• werktempo aanpassen;
• taakroulatie.
Neem contact op met de bedrijfsarts en specialist fysieke belasting om hier goede afspraken over te maken.
Veilig hanteren van lasten
In Bijlage I en II van de EEG Richtlijn 69/269 zijn de volgende referentiefactoren opgenomen voor het veilig hanteren van lasten.
De richtlijn maakt duidelijk dat veilig handmatig hanteren afhangt van een combinatie van de last, de benodigde kracht, de werkomgeving, de inrichting van het werk en de mogelijkheden van de medewerker. Pas wanneer al deze factoren samen worden beoordeeld, kan het risico op met name rugklachten goed worden ingeschat.
1. De last
Een last vormt meer risico wanneer deze:
- te zwaar of te groot is;
- moeilijk vast te pakken is;
- instabiel is of de inhoud kan verschuiven;
- ver van het lichaam of met een gebogen of gedraaide rug moet worden gehanteerd;
- door vorm of scherpe randen letsel kan veroorzaken.
2. De lichamelijke inspanning
De kans op lichamelijke klachten neemt toe wanneer:
- veel kracht nodig is;
- tijdens het tillen de romp moet worden gedraaid;
- de last onverwacht kan bewegen;
- de medewerker geen stabiele werkhouding kan aannemen.
3. De werkomgeving
De werkomgeving vergroot het risico wanneer:
- er te weinig ruimte is om veilig te werken;
- de vloer glad, oneffen of instabiel is;
- de werkhoogte ongunstig is;
- hoogteverschillen ervoor zorgen dat lasten op verschillende niveaus moeten worden verplaatst;
- temperatuur, luchtvochtigheid of ventilatie ongunstig zijn.
4. De taak
Ook de organisatie van het werk heeft invloed. Het risico neemt toe wanneer:
- zwaar werk vaak of langdurig moet worden uitgevoerd;
- er onvoldoende mogelijkheden zijn om te herstellen;
- lasten over grote afstanden moeten worden gedragen;
- het werktempo wordt bepaald door het proces en niet door de medewerker.
5. De medewerker
Persoonlijke factoren kunnen het risico vergroten wanneer:
- de medewerker lichamelijk niet geschikt is voor de taak;
- ongeschikte kleding of schoenen worden gedragen;
- onvoldoende instructie of training is gegeven.
Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving
De Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving is het officiële handhavings- en boetebeleid van de Nederlandse overheid voor overtredingen van de Arbowet en de daaruit voortvloeiende regelgeving (zoals het Arbobesluit). Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen soorten overtredingen:
- Zware overtredingen (ZO) → directe boete én vaak stillegging.
- Overtredingen met directe boete (ODB) → directe boete.
- Overige overtredingen (OO) → eerst waarschuwing/na naleving, later boete bij herhaling.
Voor elk beboetbaar voorschrift is in de bijlage van de beleidsregel aangegeven:
- op welk artikel/onderdeel van de Arbowet/het Arbobesluit het betrekking heeft;
- welk normbedrag (categorie boete) geldt;
- en of het als zware overtreding of directe boete staat gemarkeerd.
De beleidsregel zelf bevat geen aparte hoofdstuktekst over fysieke belasting als beleidstekst, maar de voetnoten in de tarieflijst (bijlage) geven concreet aan welke fysiek belastende handelingen als beboetbare overtredingen gelden. Die bepalingen zijn bedoeld om lichamelijke overbelasting en onveilige fysieke werksituaties aan te pakken.
In de voetnoten van de bijlage bij de beleidsregel zijn opgenomen als ODB (Overtreding met directe boete), met name gericht op beroepen in de bouw:
- blokkenstellen ruwbouw: blokken zwaarder dan 14 kg handmatig tillen; handmatig opperen; plaatsing van de blokken en de lijmkuip lager dan 20 cm hoogte; blokkenstellen boven 150 cm (m.u.v. de binnenmuren net onder de verdiepingsvloer) of onder voetenniveau (m.u.v. het vloer- en funderingsniveau);
- betonstaalvlechten: handmatig tillen > 25 kg met één persoon of zwaarder dan 50 kg met twee personen (zelfstandigen; vrijwilligers); boven schouderhoogte binden; handmatig knippen van rond 8 mm met een handschaar korter dan 75 cm; handmatig knippen van meer dan 8 mm met een handschaar korter dan 90 cm; handmatig knippen van meer dan 10 mm; werken zonder werktafel of alternatieve verhoging voor voormontage waar dit wel mogelijk is;
- metselen: metselen zonder verhoogde plaatsing van de te verwerken metselstenen en speciekuip op 20 cm hoogte; metselen boven 170 cm met uitzondering van de binnenmuren onder de verdiepingsvloer; metselen onder 20 cm hoogte ten opzichte van het sta-oppervlak, met uitzondering van het vloer- en funderingsniveau; een stenentang met één hand gebruiken; een kruiwagen zwaarder dan 25 kg aan de handvatten hanteren; eenhandig pakken van stenen met een steenbreedte van meer dan 105 mm;
- monteren van metalen dak- en gevelelementen: platen handmatig lostrekken en/of omklappen; platen van 118 kg (of meer) handmatig in het werk brengen; platen minder dan 118 kg door één werknemer handmatig verslepen zonder een daartoe aangewezen hulpmiddel;
- glaszetten: handmatig tillen > 25 kg met één persoon of zwaarder dan 50 kg met twee personen (zelfstandigen; vrijwilligers); geen gebruik maken van transportmiddelen voor het (ver)plaatsen van glas van 25 kg of meer;
- dakdekken van platte daken: meer dan 25 kg handmatig tillen; geen gereedschap gebruiken met een verlengde of instelbare steel, zodat rechtop gewerkt kan worden; hulpmiddelen zoals een kraan, lift, ladderlift en (steek)wagentje voor het op en over het dak verplaatsen van materialen niet verstrekken of gebruiken;
- gipsblokkenstellen: 25 kg of meer handmatig tillen; niet mechanisch opperen; elementen van 18 kg of meer niet mechanisch/machinaal verwerken; de blokken en de lijmmortelkuip niet op een verhoging van 20 cm of meer (met uitzondering van de eerste laag);
- wand- en plafondplatenstellen: 25 kg of meer handmatig tillen/plaatsen/transporteren; met twee of meer personen 50 kg of meer pp handmatig tillen/plaatsen/transporteren; hulpmiddelen (zoals materialenlift, kraan of verreiker, platenkar) voor het verticaal en horizontaal transport van materialen, apparatuur en gereedschap niet inzetten; wandplaten niet verticaal aangeleverd en niet vanuit verticale positie gemonteerd of wandplaten vanaf horizontale opslag op grond verwerken;
- stukadoren: 25 kg of meer traditioneel/mechanisch handmatig tillen; geen gebruik maken van (mechanische) hulpmiddelen bij het opperwerk; geen gebruik maken van een bordes, stukadoorstrapje of rolsteiger voor het aanbrengen van de stuc op hogere delen van de wand; geen gebruik maken van een mixer op statief, dan wel een mixer met 2 handvatten, dit ter voorkoming van het met de hand omsteken; geen gebruik maken van een (verrijdbare) mortelkuip op een verhoging van 20 cm of meer;
- leggen van zandcementdekvloeren: geen gebruik maken van een mechanische rei/robot terwijl dit wel mogelijk is; bij het leggen van zandcement-dekvloeren met de mechanische rei/robot meer dan 80 m2 pp per dag aangemaakt bij semi machinaal mengen; meer dan 50 m2 pp per dag aangemaakt bij handmatig vullen van een vloerenpomp;
- handmatig leggen van zandcementdekvloeren: als bovenstaande niet mogelijk is, dan ODV als meer dan 60 m2 pp per dag aangemaakt bij machinaal aanmaken, mengen en transporteren van de specie; meer dan 50 m2 pp per dag aangemaakt bij semi machinaal mengen;
- handmatig vullen van een vloerenpomp: meer dan 40 m2 pp per dag; meer dan 20 m2 pp per dag verwerken bij volledig handmatig mengen en transporteren met een maximum van 40 m2 op een locatie. Meer dan 10 liter per emmer handmatig water toevoegen; de grondstof meer dan 2 meter handmatig rondom de driepoot verspreiden; geen gebruik maken van een vlindermachine (aangedreven d.m.v. benzine, elektriciteit of gas) bij het afwerken van de smeervloer; geen aluminium rei (of lichter materiaal) gebruiken bij het afreien; een rei gebruiken waarvan de lengte niet is afgestemd op de ruimte waarin gewerkt wordt;
- betonboren/betonzagen: niet mechanisch/machinaal transporteren van materialen en apparatuur zwaarder dan 25 kg (horizontaal transport) of zwaarder dan 10 kg (verticaal transport) getransporteerd; geen gebruik maken van hulpmiddelen om boven het hoofd werken te voorkomen bij het koppensnellen, de paalkoppen niet met behulp van een minder belastende techniek (hydraulisch kraken, pneumatisch knippen, waterhakken of machinaal hakken) verwijderen; werken met sloophamers zwaarder dan 15 kg.
- dakdekken (pannendekken): geen hulpmiddelen inzetten voor het op het dak (ver)plaatsen van materialen, apparatuur en gereedschap; geen gebruik maken van hulpmiddelen zoals stortkoker en container bij het handmatig afvoeren van oude materialen;
- stellen van kozijnen en deuren handmatig tillen zwaarder dan 25 kg per werknemer of zwaarder dan 50 kg per twee werknemers of meer; kozijnen en elementen zwaarder dan 50 kg niet machinaal/mechanisch plaatsen; transport- en tilhulpen voor horizontaal en verticaal transport niet gebruiken of verstrekken;
- (de)monteren van steiger: geen hulpmiddelen voor verticaal en horizontaal transport van materialen, apparatuur en gereedschap inzetten; handmatig tillen zwaarder dan 25 kg pp of handmatig tillen zwaarder dan 50 kg per twee werknemers (zelfstandigen; vrijwilligers); bij het op de schouder verplaatsen van materialen geen gebruik maken van schouderbescherming zoals specifieke werkkleding met schoudervulling; handmatige opbouw van rolsteiger met een werkvloerhoogte hoger dan 2,5 m niet met minimaal twee personen opbouwen;
- installatiewerkzaamheden (CV en klimaattechniek): geen (transport)-hulpmiddelen verstrekken of gebruiken om het tillen en sturen van zware materialen te beperken; handmatig tillen zwaarder dan 25 kg pp of handmatig tillen zwaarder dan 50 kg per twee pp;
- stratenmaken: stenen zwaarder dan 4 kg en tegels zwaarder dan 9,5 kg handmatig tillen en leggen; betonnen trottoirbanden, inritblokken, putten en kolken handmatig tillen en plaatsen; is het gewicht van de kruiwagen bij de handvatten zwaarder dan 25 kg.